Estuaria: waar de rivier de zee ontmoet
Aan de monding van een rivier delen zoet en zout water een tijdlang hetzelfde kanaal, en vanuit de lucht zie je vaak welke welke is.
Rivierwater voert slib mee, zeewater voert zout mee, en de twee mengen niet zo gemakkelijk als je zou denken. Zoet water is lichter, dus waar een rivier in zee stroomt, glijdt het vaak als een bruine of kakikleurige laag over het zeewater heen, terwijl het helderdere, zwaardere zeewater er langs de bodem onderdoor het land in dringt. Vanuit een vliegtuig boven een grote delta kan de grens verrassend scherp zijn: een lijn waar beige overgaat in groen of blauw, soms kilometers langs de kust, voordat de golven haar uitsmeren.
De vormen worden bepaald door het getij. Bijna overal klimt de zee twee keer per dag het kanaal in en trekt zich twee keer per dag terug, en het zand en slik dat achterblijft wordt doorsneden door vertakte geulen die lijken op de nerven van een blad, of op de wortels van een boom die op zijn zij ligt. Bij laag water glanzen die geulen tegen de donkerdere platen; bij hoog water verdwijnen ze en wordt de hele monding één vlak van weerspiegelde hemel. Kweldergras groeit alleen boven een bepaalde hoogte ten opzichte van het gemiddelde getij, waardoor de rand van veel estuaria vlak is, bijna met een liniaal getrokken.
Luchtfoto's van riviermondingen bevatten meestal twee paletten tegelijk: de aardetinten die de rivier aanvoert en de koele kleuren die de zee meebrengt, gescheiden door een naad die nooit helemaal stilligt. Achter een bureaublad werkt die naad als een zachte horizon die op zijn zij is gedraaid, stevig genoeg om het scherm structuur te geven en los genoeg om pictogrammen op beide kleuren te laten staan zonder gedoe.