Structuurkleur: een blauw zonder blauw erin
De vleugel van een morpho, de rug van een kever, de hals van een duif. Geen van drieën bevat de kleur waar je naar kijkt.
Pigment werkt door absorptie: het slikt het grootste deel van het spectrum en geeft de rest terug. Structuurkleur werkt door interferentie, met ribbels en lagen op enkele honderden nanometers afstand die sommige golflengten uitdoven en andere versterken. Vermaal een blauwe vlindervleugel tot poeder en het poeder is bruin; het hele argument past in dat ene experiment.
Omdat het effect van de hoek afhangt, verplaatst de kleur zich. Kantel de kever en het groen glijdt naar brons; loop twee passen om de duif heen en de hals gaat van violet naar koper terwijl de vogel niets doet. Fotograferen draait hier om waar het licht vandaan komt, niet om waarop de sensor staat, en de gewoontereflex om de witbalans te corrigeren duwt het hele beeld alleen maar ergens heen waar het niet hoort.
Schermen maken kleur op hun eigen manier volgens hetzelfde principe: ook in een paneel zit geen pigment, alleen licht dat zo is geschikt dat het in een bepaalde verhouding aankomt. Een vleugel onder de juiste hoek genomen past moeiteloos in die schikking, en misschien lijken zulke beelden daarom bijna te verzadigd en lezen ze toch als waar. Het is een van de weinige onderwerpen die een scherm niet hoeft te vertalen.