Een grasland geeft je bijna niets om naar te kijken, en dat is precies de bedoeling. Er is gras, daarboven is lucht, en de lijn waar ze elkaar raken eist je aandacht niet op maar wacht erop. Fotografen blijven terugkomen omdat de leegte eerlijk is.
Waar je in werkelijkheid naar kijkt is de wind, al zie je hem nooit rechtstreeks. Hij arriveert als een bleke golf die over de halmen trekt, ze buigt en weer laat staan, zoals een hand een laken gladstrijkt. Op een stille dag lijkt hetzelfde veld zijn adem in te houden.
Er is hier geen voor de hand liggend onderwerp, geen top of ruïne om het beeld op te centreren, en dat blijkt rustgevend. Op een scherm doet het het stille werk van een goede marge: ruimte voor het oog om te rusten, een horizon die blijft liggen terwijl al het andere op het bureaublad in beweging blijft.