Purper, de kleur tussen twee andere
Geen enkele golflengte maakt purper; het oog bouwt het uit beide uiteinden van het spectrum tegelijk.
Elke tint in een regenboog is met een golflengte te benoemen, deze niet. Rood ligt rond de 700 nanometer, violet rond de 400, en purper ontstaat wanneer de kegeltjes die op beide uiteinden zijn afgestemd tegelijk vuren, terwijl er in het midden niets ligt dat het verklaart. Het brein sluit het gat door het spectrum tot een cirkel te buigen: daarom bestaan kleurcirkels, en daarom is de purperlijn getekend en niet gemeten.
Om diezelfde reden slaat de schemering zo betrouwbaar om naar purper. Zodra de zon onder de horizon staat verstrooien de korte blauwe golven boven je hoofd, terwijl de lange rode langs een lage baan van opzij binnenkomen, en twintig of dertig minuten lang vallen ze allebei op hetzelfde stuk hemel. Wie dat venster opwacht, jaagt niet op een pigment maar op een overlap, en die sluit zodra een van beide opraakt.
Op een foto gedraagt purper zich als een kleur die niet gekozen heeft: in de schaduw trekt het naar blauw, waar licht het schampt naar roze. Op het scherm houdt het diezelfde aarzeling vast, stil achter de pictogrammen, zonder ooit te zeggen wat het is.