Het oog scheidt ongeveer één boogminuut, een getal dat abstract blijft tot je het in centimeters vertaalt. Op een 27-inch paneel op armlengte is het verschil tussen een zorgvuldig 4K-bestand en een degelijke 1440p vooral theoretisch; die pixels zijn al kleiner dan de fouten die het zicht zelf maakt. Zet hetzelfde scherm twee meter naar achteren, zoals een televisie staat, en de helft van de ambitie van het bestand is verbruikt voor het iemand bereikt.
Een telefoon bevat veel minder pixels dan een laptop en oogt toch scherper, om dezelfde reden. Hij wordt tot dertig centimeter naar het gezicht gebracht en is op die afstand een enorm scherm binnen het gezichtsveld. De redenering werkt ook andersom: een achtergrond die op fijne textuur is gebouwd, korstmos, weefsel, houtnerf, vraagt om korte kijkafstand of hij zakt in tot een kleurvlak.
De bruikbare volgorde is dus afstand, dan diagonaal, dan resolutie, en niet omgekeerd. Zit je dichtbij, kies dan beelden die inspectie verdragen en houd het bestand eerlijk op ware grootte. Woont het scherm aan de andere kant van de kamer, neem dan iets dat uit grote vormen bestaat en laat het detail los.