Waarom een gladde lucht in strepen op het scherm belandt
Banding ontstaat wanneer een verloop door zijn getallen heen is voordat het scherm op is.
Een heldere avondlucht verandert zo traag van kleur dat een groot scherm er wel duizend stappen voor nodig heeft om hem vloeiend te tekenen. Een gewoon achtbitsbestand heeft 256 waarden per kanaal, en uitgerekt over tweeduizend pixels moet elke waarde een strook van meerdere pixels breed bedekken. Die stroken zijn de banden.
Compressie maakt het erger door bijna identieke pixels in hetzelfde blok te gooien, precies de verkeerde zuinigheid bij een foto die uit niets dan kleine verschillen bestaat. De helft van de oplossing zit stroomopwaarts: een tienbits bron, een ingehouden korrel, of de dithering die goede exporttools er opzettelijk bij zetten om de randen van de stappen te breken. De andere helft zit stroomafwaarts, want een monitor die zijn eigen grove omrekening doet, verzint banden die nooit in het bestand stonden.
Het valt het meest op bij de rustigste beelden, een kleine ironie voor wie juist een sobere zonsondergang koos om het bureaublad tot bedaren te brengen. Zoek in het bovenste derde deel, waar een breed vlak van één kleur de meeste ruimte heeft om te trappen. Een lichte textuur in de lucht is geen gebrek van de foto, maar de manier waarop een achtergrond glad blijft.