Na de regen gaat de kleur harder staan
Een vliesje water verandert niet het landschap, maar de manier waarop het licht teruggeeft.
Wat regen met kleur doet is grotendeels natuurkunde. Een droog oppervlak verstrooit licht alle kanten op en geeft het bleek terug; een nat oppervlak draagt een dunne film die zich als glas gedraagt, dus zakken bladeren van mint naar flessengroen en gaat asfalt bijna zwart. Er is niets overgeschilderd. Alleen de bovenste millimeter is anders.
De tweede verandering gebeurt ver weg. Regen haalt het stof uit de lucht, en bergkammen die de hele middag een vlakke blauwe veeg waren, krijgen hun randen terug. Plassen verschijnen als tijdelijke spiegels, waardoor de lucht ook op de grond ligt, ondersteboven, in stukken ter grootte van een voetafdruk.
Het venster is kort, een minuut of twintig voordat de film opdroogt en de gewone matte wereld terugkomt. Als achtergrond is dat juist het bruikbare deel: zulke beelden vragen niet om de verzadigingsschuif, de diepte erin is echt, en de kleur houdt stand achter een rij iconen waar een blekere foto plat zou slaan.