Één foto, twee uitsnedes: telefoon en bureaublad
Wat aan de overkant van het bureau overeind blijft, houdt het in de hand zelden vol, en de zijkanten gaan als eerste.
Een bureaubladscherm zit rond 16:9, breed en laag. Een telefoon zit dichter bij 9:19.5, hoog en smal. De één uit de ander snijden is geen schaling maar een amputatie: een telefoon vullen met een bureaubladbeeld kost ongeveer twee derde van de breedte, en wat rustig langs de linkerrand stond, is weg voordat je merkt dat het vertrok.
De echte beslissing valt dus vóór het bijsnijden. Een foto met één onderwerp en wat lucht eromheen overleeft beide vormen. Een foto die op een brede beweging leunt — een kamlijn die van rand tot rand loopt, een kust die naar rechts terugwijkt — werkt alleen in de verhouding waarvoor hij is gekaderd. Een laag geplaatste horizon geeft de staande uitsnede ruimte om erboven adem te halen; een horizon pal in het midden helpt geen van beide.
Dan is er nog wat er bovenop komt te liggen. Het bureaublad duwt zijn rommel naar de hoeken en langs één rand. De telefoon stapelt een klok bovenaan, een rij pictogrammen onderaan en laat het middelste derde grotendeels leeg, waardoor het punt van aandacht om andere plekken vraagt: onderste derde op het bureaublad, dicht bij het midden op de telefoon. Twee keer bewust bijsnijden kost een minuut, en die minuut scheidt een achtergrond van een foto die toevallig achter alles terecht is gekomen.