Kale takken: de boom als lijntekening
De winter neemt de bladeren mee en laat de tekening eronder zien.
In blad is een boom een massa: één vorm, één groen, in een seconde gelezen. Zonder blad wordt dezelfde boom een schema — een stam die zich splitst, zich weer splitst en doorgaat tot de laatste twijgen dunner zijn dan garen. De regel erachter verandert nooit en de uitkomst herhaalt zich nooit, en daarom sta je een tijdje bij een winterse boom zonder te beslissen waar je nu eigenlijk naar kijkt.
Wie dit beeld zoekt richt de camera omhoog, tegen een bleke lucht, want vlak licht maakt inkt van de takken. Mist doet hetzelfde werk van opzij: de verre bomen worden gewist, de nabije blijven staan, zodat een druk bos aankomt met drie of vier hoofdrollen in plaats van tweehonderd. Wat overblijft is lijnwerk — dikte, hoek en de gaten ertussen.
Op een scherm gedraagt dat zich netjes. De taktoppen liggen langs de bovenrand als een randversiering die niemand besteld heeft, het midden blijft open, en de pictogrammen landen daar zonder ergens ruzie mee te maken. Een achtergrond met een kale boom is grotendeels lucht, wat een beleefde manier is om te zeggen: grotendeels ruimte.