De horizon ligt dichterbij dan hij lijkt
Staand op het strand ligt de rand van de zee ongeveer vijf kilometer weg, en die afstand houdt hij hoe ver je ook loopt.
De horizon is een cirkel met jou in het midden, en hij ligt altijd op ooghoogte. Zijn straal volgt alleen uit de hoogte: ruwweg 3,6 kilometer maal de wortel uit de ooghoogte in meters. Bij 1,7 meter komt dat op 4,7 kilometer, net geen vijf zodra de atmosfeer het licht iets naar beneden buigt en een paar procent toegeeft. Zittend in het zand zakt het naar 3,6.
Omdat de afstand van de hoogte afhangt en van niets anders, verandert lopen niets en klimmen veel. Pas bij vier keer de hoogte verdubbelt het bereik, dus een klif van honderd meter schuift de lijn naar bijna 36 kilometer. Daaruit volgt ook de orde waarin een schip vertrekt: eerst de romp, dan de opbouw, en de mast blijft nog minuten zichtbaar nadat het dek achter de kromming is gezakt.
Op een foto meldt de horizon onopvallend de camerahoogte: laag en nabij bij een opname uit het zand, verder en dunner vanaf een landtong. Op een scherm doet hij nog iets anders, namelijk het oog één betrouwbaar niveau geven in een beeld dat verder uit textuur bestaat. Vijf kilometer is een uur wandelen, en misschien voelt een zeezicht daarom ruim zonder oneindig te voelen.