Middag: het uur waar fotografen van weglopen
Iedereen wacht op het gouden uur. De middag is het licht dat niemand verdedigt.
Over het middaguur zeggen alle handleidingen hetzelfde. De zon staat recht boven je, de schaduw krimpt tot een klein donker plasje onder je eigen voeten, en de lucht verbleekt waar hij de horizon raakt. Je knijpt het diafragma dicht tot f/11, de sluiter wordt zo kort dat het nauwelijks een gebeurtenis lijkt, en het beeld komt toch vlak terug. Meestal verandert het advies hier in het voorstel om te gaan lunchen.
Toch zijn er dingen die alleen de middag afgeeft. De zee neemt een blauw aan dat niet romantisch is, alleen kloppend. Een witte muur is eindelijk onbetwistbaar wit. Een weg om twaalf uur is geen sfeer, het is een weg. Geen nevel verzacht de verre kam en er wordt geen oranje over de daken gegoten, dus de textuur overleeft: grind blijft grind, verf laat zijn leeftijd zien, en de heuvels houden hun rand in plaats van in lagen op te lossen. Hard licht vleit niets. Het weigert alleen te liegen.
Op een scherm gedraagt dit zich anders dan je zou denken. Een zonsondergang als achtergrond is een belofte over een moment waarin je niet bent; je opent om drie uur 's middags een map en hij herinnert je daar zachtjes aan. Middaglicht vraagt niets. Iconen blijven erop leesbaar, tekst blijft leesbaar, en het hele beeld zit achter je werk zonder een stemming die verzorging nodig heeft. Het is tegenwoordige tijd, en dat zie je zeldzamer dan schoonheid.