Rood, de kleur die niet achterin gaat zitten
De langste golflengte op het scherm, en de minst geduldige.
Rood ligt aan het verre eind van de zichtbare band, voorbij 620 nanometer, en het oog boekt het als een gebeurtenis op de voorgrond. Op een foto is een minieme dosis genoeg: één boei in een grijze haven, één esdoorn tussen honderd groene bomen, en het kader ordent zich opnieuw om dat punt. Geen andere kleur heeft zo weinig oppervlak nodig om de leiding te nemen.
In de schemering verliest rood zijn lef. Zakt het licht, dan draagt het netvlies het werk over van kegeltjes aan staafjes, en staafjes zijn vrijwel blind voor lange golflengten, dus een rode bloem wordt zwart terwijl de blauwe ernaast nog gloeit. De camera kent het spiegelbeeld daarvan: een verzadigd rood duwt zijn kanaal tegen het plafond voordat de andere twee op gang komen, en daarom komen bloemblaadjes zo vaak terug als een vorm zonder één plooi.
Op een scherm gaat het door. De rode primaire kleur van sRGB is de zwakste van de drie, panelen met een breed gamut rekken hem nog verder, en een foto die op de ene monitor klopt oogt op de volgende verbrand; ook de chromasubsampling van JPEG smeert rode randen meer uit dan welke andere ook. Als achtergrond werkt rood in kleine hoeveelheden: een deur, een scheepsromp, een rij lampionnen, terwijl de rest van het bureaublad stil blijft en één ding daarop dat weigert.