Kiezels: de hoeken heeft het water meegenomen
Rondheid is minder een vorm dan een bonnetje: voor de afgelegde afstand en de jaren van tegen elkaar aan stoten.
Stroomopwaarts hebben de stenen nog randen. Volg dezelfde rivier naar beneden en ze staan die af, hoek voor hoek, tot wat overblijft in een handpalm ligt zonder ergens terug te duwen. Niemand heeft ze gehouwen; ze zijn alleen meegedragen, en dragen is traag werk.
Een strand sorteert ze ongevraagd op grootte: de grove waar de golf het hardst neerkomt, de fijne hoger op de helling. En nat zien ze er allemaal beter uit. Water vult het oppervlak en de kleur komt zo'n twee stops omhoog; tien minuten later is dezelfde handvol krijtig en gewoon, en daarom is de kiezel in je zak nooit de kiezel die je opraapte.
Van dichtbij gefotografeerd worden ze een veld van contrastarme textuur: grijs, oker, één groene waar iemand over wil bekvechten. Op een scherm is dat weinig veeleisend gezelschap. Niets om naar te staren, niets dat slijt — een oppervlak met weer erin, dat stil achter zit wat je eigenlijk aan het doen bent.