Beton bewaart de vorm van zijn bekisting
Een muur die één middag vloeibaar was en sindsdien de herinnering aan zijn planken bewaart.
Beton komt aan als brij en vertrekt als steen, en alles wat het daartussen heeft aangeraakt blijft aan de oppervlakte. Muren die in plankenbekisting zijn gestort dragen de nerf van het grenenhout, tot de kwasten toe. De kleine ronde proppen in een raster zijn ankergaten, waar stalen staven de twee wanden van de bekisting op afstand hielden tegen de druk van het natte mengsel. Een nauwelijks zichtbare horizontale naad markeert waar de ene stort ophield en de volgende begon, meestal met een dag ertussen.
In het vlakke licht van een bewolkte dag fotografeert een betongevel als grijs niets, en daarom is bijna elke opname ervan gemaakt in het uur rond zonsopkomst of zonsondergang. Strijklicht maakt van elke planklijn een rug met een eigen schaduw; dezelfde muur is om twaalf uur weer een leeg vel. Daarna legt het weer een tweede laag verslag aan: donkere strepen onder elke dorpel waar de regen afloopt, lichte kalkuitbloei waar water door de vloerplaat is getrokken, en na een decennium of twee korstmos in de hoeken die vochtig blijven.
Als achtergrond gedraagt het zich netjes, want van dichtbij is het vol en twee stappen terug rustig. Pictogrammen liggen erop zonder ergens mee te concurreren, en het detail laat zich pas zien als het oog ernaar op zoek gaat, ongeveer zoals het gebouw ook met een voorbijganger omgaat.