Spiralen: groeien zonder van vorm te veranderen
Een varen, een schelp, een trage draaikolk in de rivier — dezelfde bocht, elke slag een beetje groter.
Voor hij opengaat is een varen strak opgerold, de punt weggestopt in het midden als iets dat voor later bewaard wordt. De schelp rekent langzamer: elke kamer is groter dan de vorige en geen enkele heeft een andere vorm. Dat is het rare aan een spiraal — hij kan jaren groeien zonder iets anders te worden.
Van dichtbij gefotografeerd doet de vorm iets met het oog. Hij houdt niet halt aan de rand maar loopt naar binnen, slag na slag, zoals je een weg volgt waarvan je het einde niet van plan bent te halen. Met een macrolens en het diafragma open blijft er één slag scherp; het midden lost op voordat je er bent. Minder een gebrek dan een eerlijk verslag van hoe kijken werkt.
Op een scherm is de spiraal aangenaam gezelschap. Hij geeft een route zonder bestemming, zit naast de iconen en vraagt niet om afgekeken te worden. Een week later valt je voor het eerst de derde slag vanaf het midden op, en dat is meer dan de meeste beelden geven.