Weerspiegeling: waarom een donkere achtergrond rond het middaguur grijs wordt
Een glanzend paneel bewaart een kopie van de kamer; een mat paneel maalt die kopie tot mist.
Kaal glas kaatst ongeveer vier procent van het invallende licht rechtstreeks terug. Dat getal valt niet op, totdat de achtergrond bijna zwart is; dan is het teruggekaatste licht geen detail meer maar het helderste op het scherm. Het raam achter je schouder blijft in beeld, een tikje gedempt, precies waar de diepste schaduw hoorde te zitten.
Een matte laag haalt dat licht er niet uit, ze spreidt het over een bredere hoek: de scherpe rand van een lamp lost op in een grijze sluier over de halve monitor, en kleine witte letters krijgen een korrelige glinstering die de coating zelf meebrengt. Antireflectielagen doen het netter en drukken de spiegelende terugkaatsing onder één procent, maar ook zij laten de kamer slechts een stap achteruit doen.
De keuze hangt dus minder van de foto af dan van de plek waar je zit. In een lichte kamer is een glanzend scherm mild voor middentonen en structuur, die genoeg eigen licht hebben om het spook van het raam te bedekken; een donkere, gladde achtergrond geeft de weerspiegeling juist een leeg podium. Tegen de avond houdt hetzelfde bestand zijn zwarten eindelijk vast, en het beeld dat 's middags werd gekozen lijkt een andere foto.