Blauwe schaduwen: wat de schaduwkant verlicht
Op sneeuw is de van de zon afgekeerde kant nooit grijs. Hij wordt verlicht door de hele hemel, en de hemel is blauw.
Loop rond vier uur 's middags over oude sneeuw en de grond heeft twee kleuren tegelijk. De helling die naar de zon is gedraaid, is warm, bijna crème. De afgekeerde kant is blauw, en bepaald geen schuchter blauw. Er is niets gefilterd. Het directe licht raakt maar één kant; de andere krijgt alleen het tweedehands licht van de hele hemelkoepel, en dat licht was altijd al blauw.
De camera is het daar niet mee eens. De automatische witbalans leest de kleurzweem als een fout en trekt hem terug tot de sneeuw neutraal staat en de schaduwen een licht vuil grijs worden. Het beeld iets koeler laten komt dichter bij wat het oog ter plekke zonder tegenspraak aannam. Het effect wordt dieper met de hoogte en met de kou, en piekt in het laatste uur: de belichte sneeuw gaat naar goud terwijl de schaduw achter elke graat verder in het blauw zakt.
Als achtergrond werkt dit paar met zachte stem. Warm en koel staan aan weerszijden van de schaal, dus diepte ontstaat zonder zwaar contrast, en de blauwe kant blijft vlak genoeg om een kolom pictogrammen te dragen zonder er een kwijt te raken. Een scherm laat de hele dag kamers met één lichtbron zien. Een beeld met twee is een kleine opluchting.