Rimpelingen: de enige vorm die water uit zichzelf tekent
Een druppel valt en een cirkel loopt naar buiten tot het oppervlak hem vergeten is.
Water geeft niets om vormen, op deze ene na. Een druppel valt en een cirkel begint naar buiten te lopen, met een snelheid die zich nooit bedenkt. Het gekke is dat hij zijn meetkunde vasthoudt en ondertussen zijn overtuiging verliest: elke seconde breder en bleker, tot het oppervlak weer doet alsof er niets gebeurd is.
Wat de ringen eigenlijk doen, is de spiegeling uit elkaar halen. De oever, de bomen, die ene wolk die er zojuist nog in zijn geheel lag, worden in stroken gesneden en door elkaar geschud, en een paar seconden later in de oude volgorde teruggelegd. Welke versie je meeneemt, bepaalt de sluiter: kort en je telt de ringen, lang en alle cirkels lopen uit tot een zacht grijs dat meer op weer lijkt dan op water.
Op een scherm is zo'n rimpeling opvallend beleefd. Hij geeft een midden zonder er iets in te zetten, dus de pictogrammen komen tussen de ringen te staan in plaats van boven op een onderwerp. Het is bovendien een van de weinige stilstaande beelden waarvan je half gelooft dat ze zo weer verder gaan, en dat houdt je prima uit achter al het andere dat openstaat.