Alpenglow: het laatste licht op de toppen
Het dal is al tien minuten donker en de top heeft het nog niet gehoord.
Het roze op een top na zonsondergang komt niet rechtstreeks van de zon, die voor alles in het beeld allang onder de horizon is gezakt. De kleur arriveert uit tweede hand: licht dat hoog schuin door de atmosfeer gaat verliest onderweg zijn blauw, en de rest kaatst via nevel en ijs terug op de laatste vlakken die nog hoog genoeg staan om het op te vangen. Sneeuw en lichte rots nemen die kleur het best aan, en daarom hoort dit bij toppen en niet bij vlaktes.
Het geheel duurt een minuut of vijftien en zakt de hele tijd verder, dus een kader dat er middenin wordt genomen bevat twee verschillende uren tegelijk. De dalbodem ligt lang genoeg in de schaduw om afgekoeld en blauw te zijn, terwijl een paar honderd meter hoger een band rots nog warm is. De lijn ertussen is de top van niets: het is enkel de hoogte waar de schaduw van de aarde zelf is aangekomen.
Zulke foto's krijgen vaak het verwijt bewerkt te lijken, wat meer over de kleur zegt dan over de fotograaf. Wie ooit in een koud dal stond en zag hoe een top bleef branden, weet dat de foto de ingehouden versie is. Op een scherm werkt het omdat het lichte deel klein is en de rest zwijgt: het oog landt waar het licht zit en vindt daarna donker om op uit te rusten.