In de dichtstbijzijnde heg zit een oerwoud. Een dauwdruppel is een lens met een landschap erin; de vleugel van een mot is gestoffeerd als een schouwburg; de vorst op een januariraam kweekt varens die geen kas voor elkaar krijgt. Macrofotografen bezitten geen exotische bestemmingen — alleen exotische afstanden.
De beelden in deze reeks zijn gekozen om hun geduld: scherpstellen in millimeters, een diafragma dat om elke snipper scherptediepte moest bedelen, onderwerpen die zouden vertrekken als je ademde.
Op een scherm keert een macrofoto de gebruikelijke orde om — je pictogrammen liggen niet op een grote wereld die klein is gemaakt, maar op een kleine wereld die groot is gemaakt. Op de een of andere manier voelt dat eerlijker.